Tips

Een lage-energiewoning in 5 stappen

De 5 cruciale stappen voor een lage-energiewoning komen hieronder aan bod: de ligging, de isolatie, de ventilatie en lucthdichtheid, de verwarming en tot slot de elektriciteit.

 

1. Ligging

Ben je nog op zoek naar een bouwgrond? Onthoud dan dat voor de energiezuinigheid een noord-zuidoriëntatie het gunstigst is, met de straat aan de noordkant en een tuin op de zuidkant. Op die manier kan je aan de zuidkant grote glaspartijen voorzien om volop gebruik te maken van de zonnewarmte en natuurlijke lichtinval.

 

2. Isolatie

Of je nu bouwt of renoveert, een goede isolatie is zonder twijfel de beste investering die je kan doen. Hoe beter je woning geïsoleerd is, hoe lager het warmteverlies via de vloer, de muur en het dak en dus hoe lager je energiekosten.

Algemeen liggen de streefwaarden voor een lage-energiewoning op een E-peil van maximaal 60 en een globale isolatiewaarde van maximaal K30. Concreet betekent dat dat je - afhankelijk van het gekozen isolatiemateriaal - 14 tot 20 cm isolatie legt in je dak en 9 tot 13 cm in je muren en vloeren.

Voor bouwaanvragen vanaf 1 januari 2013 is het financieel voordeel groter geworden, maar ook de voorwaarden zijn strenger geworden, maar ook de voorwaarden zijn strenger geworden. In 2013 krijg je 50% korting op de onroerende voorheffing bij een E-peil van max. E50. Bij een E-peil van max. E30 krijg je 100% korting, gedurende 5 jaar.

 

3. Ventilatie en luchtdichtheid

Om geen energie te verspillen moet je woning luchtdicht zijn, maar uiteraard is het belangrijk in huis een aangenaam klimaat en een gezonde luchtkwaliteit te creëren. Daarvoor biedt een balansventilatie met warmterecuperatie dé oplossing. Dat is een gesloten systeem waarbij de luchtstromen volledig mechanisch gestuurd worden.

Via elektrische ventilatoren wordt vervuilde buitenlucht afgevoerd uit natte plaatsen zoals de badkamer en de keuken, terwijl verse buitenlucht wordt aangevoerd in de woon- en slaapkamers. Om geen energie verloren te laten gaan, haalt een warmtewisselaar tot 90% warmte uit de afgevoerde lucht en draagt die passief over aan de verse aanvoerlucht. Een goede luchtdichtheid verhoogt de efficiëntie van de balansventilatie. Indien gewenst kan de unit uitgerust worden met een enthalpiewisselaar. Die wisselaar maakt warmte- en vochtterugwinning uit de warme afvoerlucht mogelijk, maar wel zonder overdracht van geuren of verontreiniging. De enthalpiewisselaar is vooral tijdens lange vorst- en droogteperiodes comfort verhogend.

 

4. Verwarming

Om te besparen op je verwarming zijn lagetemperatuursystemen zoals warmtepompen, zonnepanelen of hoogrendementsketels het meest aangewezen. Vloer- en/of wandverwarming is bij die systemen vanzelfsprekend. Ook erg in opmars zijn de ventilatorradiatoren. Die bevatten kleine, krachtige convectieventilatoren en een warmtewisselaar voor een efficiënte verhoging van het thermische vermogen. Dat wil zeggen dat je je woning niet alleen energiezuinig, maar ook snel kan opwarmen.

Voor de warmwaterproductie is een zonneboilersysteem of een warmtepompboiler in splituitvoering bij die woningen het meest aangewezen. Bij bouwaanvragen vanaf 2014 zal je verplicht worden een systeem van hernieuwbare energie te voorzien in je woning.

 

5. Elektriciteit

Bij een algemene stroomuitval of bij overbelasting van het elektriciteitsnet stopt elke zonnepaneleninstallatie automatisch en valt de elektriciteit uit. Niets aan te doen? Fout! Er is nu namelijk een back-upsysteem op de markt! Dat systeem treedt automatisch in werking, schakelt je reguliere elektriciteitsnet veilig uit en schakelt dan 100% over op de zonne-energie van je eigen zonnepanelen, aangevuld met energie uit de batterij. De batterij wordt vervolgens opnieuw opgeladen tijdens perioden dat het net beschikbaar is en er een overvloed aan zon is. Nog maar eens een bewijs dat technologie echt niet stil staat... .